Wireva

Een groter Europa zou economisch bijna naast de VS staan

Een uitgebreid Europees blok met het VK, Zwitserland, de Westelijke Balkan en Oekraïne zou rond 27 biljoen dollar groot zijn. Voor België telt vooral wat zo'n markt met handel en kapitaal doet.

Як розширений ЄС перетворив би Україну на частину ринку в $27 трлн

Alexander Van Steenberge / Unsplash · Unsplash License · rights

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Voor een kleine, open economie als België is de omvang van de thuismarkt geen abstract cijfer. Ze bepaalt hoeveel klanten bedrijven zonder douane- en regelgevingsdrempels kunnen bereiken, hoe gemakkelijk kapitaal beweegt en hoe schokken over landen worden verdeeld.

Een gedachte-experiment maakt dat zichtbaar. Neem de huidige EU en voeg daar het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, de Westelijke Balkan, Moldavië en Oekraïne aan toe. Op basis van cijfers van de Wereldbank komt zo'n economisch blok uit in de buurt van 27 biljoen dollar nominaal bruto binnenlands product en ongeveer 590 miljoen inwoners.

Dat is iets kleiner dan de Verenigde Staten, maar duidelijk groter dan China gemeten in lopende dollars. Het verschil met Rusland zou nog veel groter zijn.

Voor België zit de aantrekkingskracht niet in geopolitieke grootspraak, maar in de schaal van een markt waarin exportbedrijven opereren. De Europese interne markt telt nu al ongeveer 450 miljoen consumenten. België leeft van die openheid: de havens, chemie, farmacie, logistiek, voeding en zakelijke diensten draaien op grensoverschrijdende ketens.

Een uitbreiding richting het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland zou daarnaast twee grote financiële en dienstenmarkten dichter bij dezelfde economische architectuur brengen. Een uitbreiding naar het oosten zou nieuwe productie-, infrastructuur- en consumentenmarkten openen.

Oekraïne is daarbij een bijzonder geval. De economie was in 2025 met ongeveer 214 miljard dollar klein tegenover de totale Europese schaal. Tegelijk worden de herstel- en wederopbouwnoden voor tien jaar op bijna 588 miljard dollar geraamd. Dat betekent dat aansluiting niet alleen een nieuw afzetgebied is, maar ook jarenlang grote investeringen vraagt.

Voor Belgische bouwbedrijven, ingenieurs, banken, verzekeraars, havens en logistieke ondernemingen kan die wederopbouw economische kansen opleveren. Dat gebeurt alleen wanneer projecten transparant worden aanbesteed, infrastructuur op Europese standaarden wordt gebouwd en investeerders voldoende rechtszekerheid krijgen.

De grootste economische winst zou bovendien kunnen komen uit iets wat minder zichtbaar is dan nieuwe spoorlijnen: een diepere kapitaalmarkt. De Europese Commissie schat dat betere integratie Europese ondernemingen ongeveer 470 miljard euro extra financiering kan opleveren. Voor een land met veel spaargeld en internationaal actieve bedrijven is dat rechtstreeks relevant.

Er is ook een keerzijde. Een grotere Unie telt meer regeringen, meer uiteenlopende begrotingsbelangen en meer inkomensverschillen. Als besluitvorming trager wordt, kan schaal juist efficiency kosten. Het Amerikaanse voordeel is dat een continentale economie achter één federaal financieel en politiek stelsel zit.

De les voor België is daarom nuchter. Een Europa van bijna 600 miljoen inwoners zou zonder twijfel een economische grootmacht zijn. Maar de welvaart ontstaat niet doordat grenzen op een kaart verschuiven. Ze ontstaat als bedrijven, werknemers, kapitaal en energie binnen die grotere ruimte werkelijk gemakkelijker kunnen bewegen.

Voor België zou de sterkste versie van zo'n Europa niet de Unie met de meeste vlaggen zijn, maar de Unie waarin een Antwerpse exporteur, een Brusselse financier en een Oekraïense infrastructuuronderneming zo weinig mogelijk economische frictie tussen zich hebben.

Same event, other desks

Story file →