Huishoudens betalen volgend jaar gemiddeld 89 euro meer voor het onderhoud en beheer van het stroom- en gasnet dan dit jaar. Dat is een stijging van bijna 20 procent, blijkt uit een prognose van toezichthouder ACM van de nieuwe tarieven van de netbeheerders. De extra kosten komen bovenop de kosten voor gas en elektriciteit zelf.
De stijging weerspiegelt de grote opgaven waar netbeheerders als Stedin en Liander voor staan. Nederland wil meer huizen bouwen en minder afhankelijk zijn van fossiele energiebronnen uit het buitenland. Alle nieuwe wijken en windparken op zee vragen om extra kabels en transformatorstations. «Hiervoor zijn grote investeringen van netbeheerders nodig die via de transporttarieven door huishoudens en bedrijven worden betaald», zegt Manon Leijten, bestuurslid van de ACM.
De kosten voor de verbouwing van het stroomnet nemen de komende jaren alleen maar toe. In 2023 staken de netbeheerders iets meer dan 6 miljard euro in het stroomnet. Dit jaar ligt dat bedrag naar verwachting al dubbel zo hoog en in 2028 zou het boven de 16 miljard euro in een jaar uitkomen. Toch verwachten de netbeheerders niet dat de post netbeheerskosten op de energierekening de komende jaren elk jaar met een vijfde stijgt. «De komende jaren blijft het wel stijgen, maar eerder met 5 à 7 procent per jaar», zegt Jinny Moe Soe Let van branchevereniging Netbeheer Nederland.
Dat de kosten voor huishoudens juist volgend jaar zo snel toenemen, komt deels doordat eerdere uitbreidingen van het energienet onverwacht duurder uitvielen. Daarnaast gebruikt de ACM een nieuwe rekenmethode. De kern daarvan is dat de kosten van netbeheerders sneller worden vergoed en dat ze beter kunnen inspelen op de onzekere kosten die ze maken voor de uitbreiding van het net. Niet bij elke netbeheerder stijgen de kosten even snel.
Het is al langer duidelijk dat de grote investeringen in het stroomnet de komende vijftien jaar kunnen leiden tot fors hogere energierekeningen. Ambtenaren keken vorig jaar daarom naar opties om de kosten voor burgers aanvaardbaar te houden, bijvoorbeeld door warmtenetten te subsidiëren. In dat geval zijn er minder warmtepompen en dus minder elektriciteit nodig, waardoor het stroomnet minder zwaar hoeft te worden uitgebreid. Dat bespaart geld. Een andere optie is om de investeringen van de netbeheerders meer te betalen uit de staatskas, via bijvoorbeeld een hogere staatsschuld. Op die manier verschuiven de kosten naar toekomstige generaties. «Van dat laatste zijn wij geen voorstander», zegt Moe Soe Let. «Maar de vraag hoe verdeel je de kosten is wel belangrijk. Dat is een vraag die de politiek moet beantwoorden.»
De netbeheerders hebben zelf ook plannen om de kosten te drukken. «We willen in 2029 gaan werken met een flexibeler tarief», zegt Moe Soe Let. «Het maakt dan uit op welk moment op de dag je stroom gebruikt.» Dit soort daluren en piekuren bestaan al voor de levering van stroom, maar gaan straks ook gelden voor de kosten van het net zelf. Dat zou leiden tot minder pieken op het stroomnet, waardoor er ook minder investeringen nodig zijn.