Een bosbrand aan de Roemeense oever van de Donau heeft woensdagavond opnieuw duidelijk gemaakt hoe dicht de oorlog in Oekraïne bij een NAVO-grens ligt. Het vuur brak uit in de buurt van Plauru, een dorp in het district Tulcea dat recht tegenover de Oekraïense haven Izmail ligt. Romsilva meldde dat de brand rond 17.50 uur ontstond en aanvankelijk ongeveer een halve hectare besloeg.
Volgens inwoners ging aan de brand een explosie vooraf. Zij vertelden aan de plaatselijke boswachters dat een drone vermoedelijk was ontploft. Dat is voorlopig een plausibele verklaring, geen officiële identificatie. In de berichten van de Roemeense bosbeheerder, de noodhulpdiensten en de publieke omroep staat niet welk type toestel het zou zijn geweest of uit welk land het kwam. De kwalificatie ‘Russische Shahed’ kan voor deze specifieke gebeurtenis dus nog niet als vastgesteld feit worden gebruikt.
Plauru ligt ongeveer 200 meter van Izmail, met de Donau als grens. Die geografische nabijheid maakt elk luchtincident meteen grensoverschrijdend relevant. De Oekraïense rivierhavens zijn herhaaldelijk aangevallen door Rusland, onder meer met drones. Ook in de nacht naar 26 augustus meldde het bestuur van het district Izmail een vijandelijke luchtaanval. Volgens die autoriteit slaagde de Oekraïense luchtverdediging er in het nachtelijke incident in te voorkomen dat de drones hun doel bereikten.
De Roemeense bevolking van Tulcea kreeg dezelfde dag al een waarschuwing. Radar van het ministerie van Defensie detecteerde een luchtobject ongeveer acht kilometer ten noorden van Vylkove in Oekraïne, in de buurt van de grens. Een IAR-330 PUMA SOCAT-helikopter werd opgestegen om de situatie te volgen. Rond 13.15 uur ging een RO-Alert uit voor het noorden en oosten van het district. Het alarm eindigde om 14.44 uur. Volgens Defensie was in dat eerdere incident geen inbreuk op het Roemeense luchtruim gemeld. Er is evenmin een officiële koppeling met de brand die uren later ontstond.
Voor de brandbestrijding werd een ploeg van negen brandweerlieden per boot naar het gebied gestuurd. Ook bosarbeiders, lokale vrijwilligers en bewoners hielpen. ISU Delta meldde dat het vuur was gelokaliseerd en dat ongeveer 2.000 vierkante meter droge vegetatie getroffen was op het moment van de update.
Dat Roemenië voorzichtig is met de identificatie heeft een duidelijke reden. Het land heeft de voorbije jaren herhaaldelijk wrakstukken van drones gevonden, maar pas technisch onderzoek maakt duidelijk wat er precies is neergekomen. In een eerder incident bij Plauru werden Russische Geran1/2-resten geïdentificeerd. Recent, op 16 augustus, meldde het Roemeense ministerie van Defensie bovendien dat een drone vanuit Moldavië het nationale luchtruim binnenkwam en door een Spaans F-18-toestel werd neergeschoten.
Voor België en andere NAVO-landen is vooral het mechanisme achter zulke incidenten van belang. De Russische aanvalscampagne tegen Oekraïense infrastructuur langs de Donau creëert telkens opnieuw een risico op afzwaaiende drones, onderschepte toestellen en vallende brokstukken aan de andere kant van de grens. Dat is niet hetzelfde als bewijs voor een bewuste aanval op NAVO-grondgebied. De vaststelling van wat bij Plauru ontplofte, zal daarom bepalen hoe zwaar dit incident militair en diplomatiek moet wegen. Tot die analyse er is, blijft het een brand op Roemeens grondgebied met een sterke, maar nog onbevestigde aanwijzing naar een drone-explosie.