De oorlog tegen Oekraïne schuift steeds vaker de Europese binnenruimte binnen zonder dat er tanks de grens overkomen. De gebeurtenissen in Leipzig zijn daarvan het scherpste recente voorbeeld. Duitse speurders vonden in augustus meerdere drones en explosieven rond de luchthaven Leipzig/Halle. Eén toestel was volgens het onderzoek bedoeld om een Oekraïens Antonov-vrachtvliegtuig aan te vallen dat voor defensietransporten wordt gebruikt.
Voor België is dat geen ver-van-ons-bedverhaal. Het land huisvest de belangrijkste Europese en NAVO-instellingen en ligt midden in een dicht netwerk van havens, luchtvracht, spoor, defensiebedrijven en internationale organisaties. Juist zulke knooppunten zijn aantrekkelijk in hybride operaties: ze zijn civiel, economisch belangrijk en tegelijk verbonden met militaire bevoorrading en politieke besluitvorming.
Duitsland heeft Rusland voor de poging in Leipzig nog niet officieel verantwoordelijk gesteld. Veiligheidsbronnen zien wel duidelijke overeenkomsten met eerdere dossiers en volgens mediaberichten achten Amerikaanse inlichtingendiensten Russische betrokkenheid waarschijnlijk. Rusland ontkent. Dat onderscheid is cruciaal: Europese regeringen kunnen een patroon herkennen, maar strafrechtelijke verantwoordelijkheid moet per incident worden vastgesteld.
In sommige zaken is de Russische link al concreter. In Stuttgart veroordeelde een rechtbank op 18 augustus een Oekraïense man voor agentenwerk ten behoeve van sabotage. Hij organiseerde pakketten met GPS-zenders naar Oekraïne om transportroutes te verkennen. De rechtbank stelde vast dat een niet nader genoemde Russische staatsactor achter de opdracht zat. Twee medeverdachten werden vrijgesproken en een concreet geplande brandaanval werd niet bewezen.
Eurojust beschreef in maart een bredere operatie met zelfontbrandende pakketten. In Litouwen en Polen zijn 22 personen geïdentificeerd die ervan worden verdacht voor de Russische militaire inlichtingendienst te hebben gewerkt. Pakketten gingen in vlammen op of explodeerden in Duitsland, Polen en het Verenigd Koninkrijk. De zaak toont hoe goedkope tussenpersonen en gewone commerciële netwerken een veiligheidsprobleem kunnen worden dat meerdere landen tegelijk raakt.
Een ander Duits dossier draait om een wapenbergplaats aan de rand van Berlijn. Daar lagen twee pistolen en munitie professioneel verstopt. Minister Alexander Dobrindt zei dat de wapens vermoedelijk voor aanslagen bedoeld waren. Een verdachte zit in Roemenië vast. Duitse media melden dat de veiligheidsdiensten de opslagplaats mogelijk aan Russische agenten koppelen, maar een definitief openbaar bewijs over de opdrachtgever is er nog niet.
In de Baltische regio kwam daar een brand bij Milrem Robotics in Tallinn bij. Drie Letse staatsburgers zijn aangehouden. De Letse veiligheidsdienst onderzoekt hen voor brandstichting en mogelijke hulp aan een vreemde staat. De Estse premier heeft gezegd dat Russische betrokkenheid één van de onderzoekslijnen is. De verantwoordelijkheid is nog niet vastgesteld.
Op 25 augustus voorkwam de Slowaakse politie bovendien een brandstichting bij een fabriek voor onbemande luchtvaartsystemen. Drie buitenlanders werden aangehouden. De politie vond een grote hoeveelheid brandbare vloeistof, gereedschap, telefoons, een camera en een handgetekend plan. De aanval zou in opdracht worden uitgevoerd, maar de opdrachtgever is niet genoemd. Er is dus geen basis om dit incident nu al aan Rusland toe te schrijven.
De bredere institutionele beoordeling gaat verder dan individuele strafzaken. De Raad van de EU veroordeelde in maart Rusland en zijn tussenpersonen voor aanhoudende, gecoördineerde hybride campagnes en noemde sabotage tegen kritieke infrastructuur expliciet. De NAVO noemt ook geweld, grensprovocaties, cyberaanvallen, elektronische verstoring en desinformatie als onderdelen van dezelfde druk.
Voor België betekent dit dat weerbaarheid niet alleen over Defensie gaat. Het gaat ook om havens, luchthavens, energienetten, pakketbedrijven, chemische sites en de beveiliging van Europese instellingen. De uitdaging is dubbel: sneller herkennen wanneer incidenten deel van een campagne zijn, en tegelijk voorkomen dat elke brand of storing automatisch geopolitiek wordt ingevuld. Precies die combinatie van waakzaamheid en bewijs zal bepalen of Europa zijn open infrastructuur kan beschermen zonder in permanente paniek te leven.