Duitsland wil zijn verdediging tegen drones, sabotage en cyberaanvallen in één breder veiligheidsplan samenbrengen. De federale minister van Binnenlandse Zaken Alexander Dobrindt koppelt mobiele antidrone-eenheden aan nieuwe bevoegdheden voor beheerders van kritieke infrastructuur en een nationaal digitaal detectienetwerk.
De directe aanleiding is de mislukte aanslag op de luchthaven Leipzig/Halle van 4 augustus. Daar werd een drone met explosieven gevonden in de buurt van Oekraïense vrachttoestellen. De Duitse regering heeft de operatie begin september politiek aan Rusland toegeschreven op basis van politieonderzoek, inlichtingen en het aanvalspatroon. Het strafrechtelijk onderzoek loopt nog. Moskou ontkent betrokkenheid.
Volgens BILD, bevestigd door onder meer Tagesschau en Handelsblatt, wil het ministerie snel verplaatsbare antidrone-eenheden beschikbaar hebben in negen strategische steden: Frankfurt am Main, München, Hamburg, Berlijn, Stuttgart, Düsseldorf, Leipzig, Hannover en Keulen.
De eenheden moeten luchthavens, stations en andere belangrijke vervoersknooppunten beschermen. In Berlijn wordt ook de regeringswijk genoemd. Hun opdracht gaat verder dan detectie: zij moeten drones kunnen onderscheppen en kunnen optreden wanneer een toestel explosieven vervoert.
Een gevoelig onderdeel van het plan is de rol van private beheerders. Waterbedrijven, energiebedrijven en defensieondernemingen zouden juridische mogelijkheden moeten krijgen om gevaarlijke drones zelf actief te bestrijden. Dat is nog geen algemeen geldend recht. De precieze bevoegdheden, aansprakelijkheid en technische grenzen zijn nog niet in een volledig openbaar wetsvoorstel vastgelegd.
Dobrindt wil daarnaast meer kunstmatige intelligentie inzetten bij de beveiliging van stations en andere drukke locaties. Biometrische gezichtsherkenning, videoanalyse en automatische herkenning van wapens of verdacht gedrag maken deel uit van de plannen. De minister pleitte daar eerder dit jaar al voor en koppelde die technologie toen aan nieuwe wetgeving.
Voor cyberaanvallen is een zogenoemde Cyberdome voorzien. Het gaat om een landelijk netwerk van digitale sensoren en beveiligingsmiddelen dat aanvallen op overheidsdiensten en bedrijven sneller moet signaleren en waar mogelijk blokkeren.
Duitsland bouwt ondertussen al aan de klassieke antidrone-capaciteit. In augustus werd aangekondigd dat de gespecialiseerde eenheid van de federale politie moet groeien tot 300 medewerkers en vanuit acht locaties inzetbaar moet zijn. Wijzigingen in de luchtvaartveiligheidswet verruimden ook de mogelijkheid om de Bundeswehr de politie te laten ondersteunen bij ernstige dronesituaties.
Voor België is vooral de systeemkeuze relevant. De Duitse regering behandelt sabotage niet langer als een afzonderlijk politieprobleem, maar als een dreiging die transport, energie, industrie en digitale netwerken tegelijk kan raken. Dat sluit aan bij de bredere Europese discussie over de bescherming van havens, luchthavens en energie-infrastructuur.
De uitwerking moet nog volgen. Op 6 september waren kosten, timing en de definitieve juridische regeling voor private antidrone-interventies nog niet volledig openbaar. Daardoor is duidelijk wat Berlijn wil bereiken, maar nog niet hoe snel het systeem operationeel kan worden.