Wireva

Jongeren en studenten eisen wettelijk minimum voor stagevergoeding

Studenten- en jongerenorganisaties pleiten voor een wettelijk verplicht minimumstagebedrag. Donderdag debatteert de Tweede Kamer erover in een commissievergadering. Sommige stagiairs kunnen hun huur en boodschappen niet meer betalen.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Studenten- en jongerenorganisaties willen dat er een wettelijk verplicht minimumbedrag komt voor stagevergoedingen. Dat melden zij voorafgaand aan een commissiedebat in de Tweede Kamer dat donderdag plaatsvindt. Het voorstel moet ervoor zorgen dat stagiairs niet langer afhankelijk zijn van de welwillendheid van hun stagebedrijf.

Volgens de organisaties lopen sommige studenten en jongeren financieel vast tijdens hun stage. Zij kunnen hun huur en boodschappen niet meer betalen omdat een stage vaak weinig of niets oplevert, terwijl er wel verplichtingen zijn zoals een huurcontract en vaste lasten. Een stage is voor veel opleidingen verplicht, waardoor studenten geen ruimte hebben om daarnaast fulltime te werken.

Het pleidooi komt op het moment dat de Tweede Kamer zich buigt over de positie van stagiairs. Donderdag staat een commissiedebat op de agenda waarin het onderwerp aan bod komt. Of er daadwerkelijk een wettelijk minimum komt, is nog maar de vraag. Politieke partijen verschillen van mening over de vraag of de overheid zich moet bemoeien met de vergoeding die bedrijven en instellingen betalen.

Voorstanders wijzen erop dat een stagevergoeding niet alleen gaat om een eerlijke beloning, maar ook om gelijke kansen. Studenten die afhankelijk zijn van een bijbaan of van hun ouders kunnen een stage op een plek zonder vergoeding vaak niet betalen. Daardoor zouden stages ongelijk verdeeld raken: wie het zich kan permitteren, kan een stage lopen die carrièrekansen biedt, wie dat niet kan, moet kiezen voor een betaalde bijbaan in plaats van een stage.

Tegenstanders vrezen dat een verplichte vergoeding bedrijven ervan weerhoudt om stagiairs aan te nemen. Vooral kleine bedrijven en organisaties met krappe budgetten zouden dan afhaken. Ook bestaat de zorg dat een wettelijk minimum leidt tot minder stageplekken, juist in sectoren waar studenten die praktijkervaring hard nodig hebben.

De discussie over de stagevergoeding speelt al langer. Eerder werd er in de Tweede Kamer over gesproken, maar tot een wettelijke regeling kwam het niet. Studenten- en jongerenorganisaties proberen nu opnieuw druk te zetten, met het commissiedebat van donderdag als moment om hun standpunt te laten horen.

Hoe hoog een eventueel minimumbedrag zou moeten zijn, is nog niet duidelijk. De organisaties noemen geen concreet bedrag in hun oproep. Wel benadrukken zij dat een stagevergoeding in ieder geval de kosten van levensonderhoud moet dekken. Of het debat leidt tot een wetsvoorstel of een motie, is afwachten.

Mocht er een wettelijk minimum komen, dan heeft dat gevolgen voor duizenden studenten in Nederland. Stagebedrijven zouden dan verplicht worden om een vast bedrag te betalen, ongeacht de sector of de grootte van het bedrijf. Voor studenten die nu met financiële problemen kampen, zou dat een einde maken aan een situatie waarin zij tijdens hun opleiding in de problemen komen.

Het commissiedebat van donderdag is een eerste stap in de politieke besluitvorming. Daarna moet blijken of er een meerderheid is voor een wettelijke regeling. De studenten- en jongerenorganisaties hebben hun standpunt in ieder geval duidelijk gemaakt: een verplicht minimum is volgens hen nodig om stages toegankelijk te houden voor iedereen.

Same event, other desks

Story file →