De achterklep van de nieuwe Denza Bao 5, een Chinese plug-in hybride 4x4 die onlangs in Groot-Brittannië is geïntroduceerd, draagt twee badges die de meeste voorbijgangers niets zullen zeggen: 'DiSus-P' en 'DMO'. De eerste verwijst naar het actieve hydraulische veersysteem, de tweede naar het hybride-specifieke platform met de naam 'Dual Mode Offroad'. Het zijn precies dit soort ondoorgrondelijke aanduidingen die volgens een opiniestuk in Autocar terug zouden moeten keren op auto's, zij het in een nieuw jasje.
De auteur van het stuk haalt herinneringen op aan de Rover 800 van zijn vader, die begin jaren negentig was voorzien van badges als 'Catalyst' en '16v'. Dergelijke aanduidingen kwamen destijds voor op uiteenlopende modellen, van Volkswagen Polo tot Ferrari 328. Ze getuigden van een tijd waarin fabrikanten ervan uitgingen dat kopers de technische taal van de autobranche spraken en er interesse in hadden. Die vanzelfsprekendheid is de afgelopen jaren verdwenen, constateert de auteur. Merken als Audi, BMW en Mercedes gebruiken inmiddels type-aanduidingen die niet langer de cilinderinhoud beschrijven, en bij elektrische modellen worstelen fabrikanten met het onderscheiden van duurdere uitvoeringen ten opzichte van goedkopere versies.
Met de opkomst van elektrische aandrijflijnen verdwijnen vertrouwde termen als 'Turbo D' of 'Twin Cam' naar de achtergrond. Toch hebben ook batterijen, omvormers en elektromotoren hun eigen technische innovaties die het vermelden waard zijn. De auteur doet een suggestie: plak 'X-Pin' op de achterklep voor de statorwikkeling, 'SiC' voor de omvormer op basis van siliciumcarbide, of simpelweg '800V' voor het laadsysteem. Dergelijke badges zouden eigenaren in staat stellen om op feestjes uitgebreid uit te leggen wat er onder de carrosserie schuilgaat.
De oproep komt op een moment dat autofabrikanten juist steeds vaker kiezen voor minimalistische naamgeving, waarbij uitvoeringen worden aangeduid met letters en cijfers die weinig prijsgeven over de techniek. De auteur stelt dat autobezitters gerustgesteld moeten worden dat het oké is om geeky te zijn over hun voertuig. Het is een pleidooi voor transparantie in een tijd waarin de technische verschillen tussen modellen groter zijn dan ooit, maar voor de consument steeds onzichtbaarder worden.
Een voorbeeld uit het verleden laat zien dat ook ophangingstechniek ooit een badge waard was: zowel de Triumph TR4A als de Holden Commodore droegen in bepaalde uitvoeringen het opschrift 'IRS', voor independent rear suspension. De auteur vermoedt dat eigenaren van die auto's niet altijd populair waren op sociale gelegenheden, maar het bewijst wel dat technische details ooit een verkoopargument vormden. In het huidige tijdperk van elektrisch rijden, waarin laadvermogen en actieradius de belangrijkste specificaties zijn geworden, ligt het voor de hand dat fabrikanten die kenmerken weer zichtbaar op de carrosserie zetten.