Het beeld dat vluchtelingen uit het Midden-Oosten vooral in Zuid-Europa, Frankrijk en Duitsland terechtkomen en Zwitserland of Noord-Europa links laten liggen, is te eenvoudig. De Europese cijfers over 2025 laten wel een sterke concentratie zien, maar niet langs een nette noord-zuidlijn. Bovendien is de plaats waar iemand Europa binnenkomt iets anders dan het land waar uiteindelijk asiel wordt aangevraagd of waar iemand familie en een toekomst zoekt.
In de EU+ werden in 2025 ongeveer 822.000 asielaanvragen ingediend. Duitsland kreeg er 163.000, Frankrijk 152.000, Spanje 143.000 en Italië 134.000. Samen met Griekenland waren deze vijf landen goed voor 80 procent van alle aanvragen. De omvang maakt Duitsland en Frankrijk zichtbaar in elk Europees debat, terwijl Italië en Griekenland door hun ligging aan de buitengrens veel aankomsten verwerken.
Toch gaat het niet overal om dezelfde groepen. Afghanen, Syriërs en Turken dienden relatief vaak in Duitsland een aanvraag in. In Frankrijk waren Congolezen, Guineeërs en Haïtianen sterk geconcentreerd. Spanje kreeg vooral veel Venezolaanse en Malinese aanvragen, terwijl in Italië onder meer Bangladeshi, Egyptische en Peruaanse aanvragers sterk vertegenwoordigd waren. Het label ‘vluchtelingen uit het Midden-Oosten’ dekt dus maar een deel van de bewegingen.
Duitsland heeft daarnaast een voordeel dat zichzelf versterkt: grote bestaande gemeenschappen. Begin 2026 woonden er ongeveer 936.000 Syrische, 450.000 Afghaanse en 254.000 Iraakse staatsburgers. Voor nieuwkomers kan een broer, neef, vriend of gemeenschap veel praktischer zijn dan een vergelijking van nationale asielregels. De Europese asielorganisatie EUAA noemt diaspora, familiebanden, taal en cultuur, reisinfrastructuur en verwachte kansen op werk als belangrijke factoren in de keuze van een bestemming.
Zuid-Europa heeft een andere functie. De centrale Middellandse Zeeroute bleef in 2025 de drukste irreguliere route naar Europa. In Zuid-Italië kwamen ongeveer 66.300 mensen aan. Maar aankomen is niet hetzelfde als blijven. Een deel van de mensen wil naar een land waar familie woont of waar al een gemeenschap bestaat. Juist dat soort secundaire bewegingen probeert het Europese asielstelsel te beperken.
Zwitserland is een goed voorbeeld van waarom absolute aantallen kunnen misleiden. Het land registreerde in 2025 25.781 asielverzoeken. Dat is weinig naast Duitsland, maar omgerekend naar bevolking gaat het om ongeveer 2,8 verzoeken per duizend inwoners, boven het Europese gemiddelde van 1,8. In de EUAA-vergelijking staat Zwitserland rond 2.900 verzoeken per miljoen inwoners, ongeveer op hetzelfde niveau als België en Spanje. Afghanen en Turken behoorden er tot de grootste groepen; ook Syriërs en Irakezen dienden aanvragen in.
De Zwitserse migratiedienst ziet het land tegelijkertijd vaker als transitgebied dan Duitsland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk. Dat kan naast de hoge score per inwoner bestaan. Een kleiner land kan relatief veel aanvragen hebben en toch minder vaak het uiteindelijke doel zijn van mensen die door Europa reizen. Zwitserland maakt bovendien deel uit van het Dublin-systeem en kan aanvragers overdragen aan een ander verantwoordelijk land.
Noord-Europa laat weer een ander patroon zien. Zweden ontving in 2025 ongeveer 6.700 asielaanvragen, het laagste aantal van deze eeuw. Finland kwam op 2.549. Toch stonden in Zweden Afghanistan, Syrië, Iran en Irak nog altijd onder de belangrijkste herkomstlanden; in Finland waren Afghanistan en Irak eveneens prominente groepen. Het verschil zit dus vooral in de schaal. In Zweden droegen zowel de algemene Europese daling als nationale regelwijzigingen bij aan de afname.
Sinds 12 juni 2026 zijn de nieuwe Europese migratie- en asielregels van kracht. In beginsel moet een verzoek worden ingediend in de lidstaat van eerste binnenkomst. Er zijn duidelijkere criteria voor welk land verantwoordelijk is, waarbij familiebanden, visa en verblijfsrechten blijven meetellen. Voor ongeoorloofde doorreis naar een andere lidstaat zijn snellere procedures ingevoerd.
De Europese asielkaart wordt daardoor gevormd door twee krachten die elkaar soms tegenwerken. Aan de ene kant sturen grensligging en regels mensen naar het eerste land waar zij worden geregistreerd. Aan de andere kant trekken familie, taal, gemeenschappen en werkperspectief hen naar bestaande knooppunten. Dat verklaart waarom Duitsland groot blijft, waarom Italië en Griekenland veel eerste aankomsten zien, waarom Zwitserland per inwoner helemaal niet laag zit en waarom Zweden en Finland op dit moment veel minder aanvragen krijgen. Het patroon kan bovendien snel veranderen: Syrische aanvragen in de EU+ daalden in 2025 met ongeveer 72 procent na de val van het Assad-regime.