Wireva

Rimac: verbrandingsmotoren blijven de toekomst van supercars

Mate Rimac, topman van Bugatti-Rimac, verwacht dat sport- en supercars nog lang met verbrandingsmotoren blijven rijden, terwijl gewone auto's elektrificeren. Hij vergelijkt de markt met de horlogebranche en stelt dat prestaties steeds minder onderscheidend worden.

Mate Rimac, de man die met de elektrische Nevera bewees dat een EV elke verbrandingssupercar kan vernederen, zegt nu dat de verbrandingsmotor in het topsegment nog een lange toekomst heeft. De topman van Bugatti-Rimac stelt in een interview met CNBC dat de automarkt uiteenvalt in twee werelden: alledaags vervoer wordt elektrisch, terwijl dure auto's juist mechanischer, emotioneler en bewust extravaganter worden. Hij trekt de vergelijking met de horlogebranche, waar goedkope digitale technologie het praktische werk doet, maar vermogende kopers nog altijd fortuinen uitgeven aan ingewikkelde mechanische uurwerken.

Volgens Rimac zal de overgrote meerderheid van de normale auto's elektrisch worden, maar blijft het segment van sportwagens en daarboven nog zeer lang bij verbranding. De uitspraak is opvallend, omdat de Nevera juist liet zien hoe compleet een elektrische aandrijflijn hedendaagse verbrandingssupercars kan verslaan in rechtlijnige acceleratie. Wat de Nevera minder spectaculair deed, was de showrooms uitvliegen. De moeizame verkoop van de elektrische hypercar bewees dat enorme prestaties alleen niet automatisch enorm verlangen creëren.

Bugatti, dat de opvolger van de Chiron aanvankelijk als EV overwoog maar dat plan verwierp, lijkt die les te hebben geleerd. De Tourbillon combineert elektrische ondersteuning met een vrij zuigende 8,3-liter V16 die in totaal 1.775 pk levert. Rimac praat zelfs over de mogelijkheid van een handgeschakelde versnellingsbak op toekomstige modellen. Daarnaast weigert het hyperluxemerk het soort digitale dashboard dat inmiddels in bijna elke nieuwe auto zit. In plaats daarvan kiest Bugatti voor een ingewikkeld mechanisch ogend instrumentencluster dat er ook bij stilstand bijzonder uitziet en over vijftien jaar niet op verouderde consumentenelektronica mag lijken.

Zowel de motor als het instrumentencluster verschuiven de aandacht weg van absolute snelheid, die volgens Rimac een steeds slechter onderscheidend vermogen heeft. Wanneer relatief betaalbare EV's acceleratiewaarden leveren waar hypercars van tien jaar geleden jaloers op zouden zijn, levert een extra tiende van een seconde of nog eens 100 pk vooral opscheprechten op en vrijwel geen echt voordeel voor de klant. Rimac wijst erop dat een auto die sneller is dan elke sportwagen van tien jaar geleden inmiddels voor omgerekend zo'n 45.000 euro uit China komt. Prestaties worden daarmee secundair.

Karakter, theater en vakmanschap zijn volgens Rimac lastiger te kopiëren door merken als Xiaomi. De klanten van de Tourbillon lijken dat te bevestigen: alle 250 exemplaren zijn verkocht ondanks een vanafprijs van ruwweg 4,2 miljoen euro. Kopers besteden bovendien gemiddeld nog eens 550.000 tot 650.000 euro aan personalisatie. Bugatti's nieuwste one-offs, zoals de Destrier, duwen die filosofie verder door. Vermogende klanten willen volgens Rimac steeds vaker objecten die onmiskenbaar van henzelf zijn, in plaats van slechts dure versies van wat iemand anders ook heeft.

Voor wie geen hypercarbudget heeft, blijft er wellicht een elektrische auto over met gesimuleerde verbrandingsgeluiden. Die is dan in ieder geval net zo snel als een supercar met verbrandingsmotor.

Same event, other desks

Story file →