Rusland zelf is niet de grootste uraniummijnbouwer ter wereld. In 2024 kwam 2.738 ton uit Russische mijnen, goed voor ongeveer 4,5 procent van de wereldproductie. Het Centre for Strategic Advantage bekijkt de markt echter niet alleen per land, maar ook via de eigenaars en aandeelhouders van buitenlandse mijnen. Daardoor ontstaat een veel grotere Russische voetafdruk.
Volgens die analyse lag de door Rusland gecontroleerde of beïnvloede capaciteit in 2024 al dicht bij een kwart van het mondiale totaal. In een scenario waarin bestaande afspraken, projecten in ontwikkeling en geplande mijnen doorgaan, kan het aandeel tegen 2040 rond 36 procent uitkomen. Dat is geen zekerheid. Een mijnproject kan vertraging oplopen, een regering kan regels veranderen en aandeelhouders kunnen hun samenwerking herschikken. Het percentage is daarom vooral een waarschuwing over de richting waarin de markt kan evolueren.
Kazachstan is veruit de belangrijkste verklaring. Het land leverde in 2024 23.270 ton uranium, ongeveer 39 procent van de wereldproductie. Uranium One, dat bij Rosatom hoort, bezit belangen in grote Kazachse joint ventures met Kazatomprom. De World Nuclear Association noteert voor Uranium One 5.829 ton buitenlandse productie in 2024. Op een kaart is dat Kazachstaanse winning, maar een deel van de bedrijfsinvloed ligt bij een Russische staatsgroep.
Daarnaast probeert Uranium One posities in Afrika uit te bouwen. In Tanzania is Mkuju River nog in ontwikkeling; sinds juli 2025 draait er een proefinstallatie, maar commerciële mijnbouw is nog niet begonnen. In Namibië gaat het om geologische exploratie in het Aranos-bekken. In Niger sloten Uranium One en staatsbedrijf TNUC in december 2025 een memorandum over vergunningen, exploratie en mogelijke nieuwe mijnen. Die overeenkomst is een perspectief op toekomstige productie, niet op huidige Russische controle.
Voor België is vooral de Europese context van belang. De Europese Unie wil met REPowerEU de afhankelijkheid van Russische nucleaire producten afbouwen. Toch kwam er in 2025 volgens voorlopige cijfers van de Commissie nog bijna 2.900 ton Russisch uranium in verrijkte vorm of als brandstof de EU binnen. De capaciteit om uranium elders te converteren en te verrijken kan niet snel genoeg worden uitgebreid om elke afhankelijkheid onmiddellijk te vervangen.
Uranium is slechts één onderdeel van kernbrandstof, maar het materiaal moet beschikbaar zijn voordat alle volgende stappen kunnen beginnen. Als de eigendom van mijnen steeds sterker geconcentreerd raakt, kan een relatief kleine grondstoffenmarkt grote strategische betekenis krijgen. Een nieuwe verrijkingsinstallatie lost weinig op wanneer de toegang tot de grondstof zelf beperkt is. Tegelijk blijft de invloed van gastlanden groot: mijnwetgeving, vergunningen en partners kunnen de positie van een aandeelhouder beperken.
Daarom moet Europa naar de volledige keten kijken. De mijn, conversie, verrijking en brandstoffabricage hebben elk hun eigen leveranciers en eigen doorlooptijden. Een geslaagde vermindering van Russische afhankelijkheid bij één stap kan worden ondergraven wanneer een andere stap juist geconcentreerder wordt. De CSA-analyse maakt die verschuiving zichtbaar door niet alleen naar vlaggen en grenzen te kijken, maar naar economische controle.
Het scenario van 36 procent toont vooral welke keuzes de komende jaren belangrijk worden. Nieuwe mijnen van andere producenten, andere partnerschappen in Kazachstan en concurrerende investeringen in Afrika kunnen de Russische positie terugdringen. Als die alternatieven traag komen, kan Europa een afhankelijkheid bij verrijking afbouwen en tegelijk een nieuwe afhankelijkheid bij de mijnbouw laten ontstaan. De echte diversificatie begint dus niet aan de reactor, maar bij de bron van het uranium.